HET GAAT BEGINNEN!!! |
9-3-2013 |
Zoals aangegeven heb ik besloten voorlopig geen columns meer te plaatsen en me lekker te concentreren op onze eigen duiven. Ik heb hier nogal wat reacties op ontvangen van 'de trouwe bezoekers' van onze site om toch wel geregeld het wel en wee op ons eigen hok te verkondigen. Dit doe ik natuurlijk al in korte tweets, maar ik zal in de aanloop naar het seizoen met regelmaat wat melden over de voorbereidingen.
Gisteren zijn de vliegduiven voor de eerste maal losgeweest op het snelheidshok. Altijd spannend, maar we lijken het zonder kleerscheuren te zijn doorgekomen. We hebben gewacht tot de jongen geringd zijn, dan is het wat minder problematisch als er een doffer of duivin wordt gegrepen door een jager! Nu zullen we de duiven met regelmaat gaan loslaten om voor te bereiden op het komende seizoen. Het komende seizoen, ja, dat is wat anders gelopen dan we hadden voorgenomen. Echter door de uitspraak van het Beroepscollege en 0,000000 medewerking van beleidsbepalers in onze liefhebbende sport kunnen we het seizoen niet starten in Oost-Brabant. We hebben ons derhalve aangemeld in Groesbeek en zijn daar warm ontvangen. Zo zijn we voorlopig verzekerd van deelname aan de concoursen in afdeling 8 GOU.
De ringen vliegen ons om de oren, met name in het fondhok. Door alle duiven te koppelen gaat het hard!! Dit is prettig te noemen. Voorgaande jaren was het nooit zo vlekkeloos door uit een beperkt aantal koppels te kweken waardoor de aanwas traag verliep. Nu hebben we in korte tijd een mooie club jonge duiven en ik vind het zelf heerlijk om uit de vliegduiven te kweken. Ik geloof hier ook heilig in. Onze huidige topper op het fondhok komt bijvoorbeeld gewoon uit 2 jaarlingen en in het verleden zijn mensen al kampioen geworden door een ronde jongen uit onze vliegduiven te halen. Recent voorbeeld is Thijs Roelofs uit Bergharen, die als herintreder zich ineens op de kaart heeft gezet met zijn 10-420, nakomeling uit ons vlieghok!! We hebben deze dan ook gericht gekoppeld en hiervan houden we zelf flink wat jongen aan.
Als er weer wat te melden is leest u het hier, succes in de voorbereidingen!!!
|
Het schrijven en lezen over alle facetten van de duivensport is bijzonder leuk te noemen. Als je dan nog door diverse ‘instanties’ gevraagd wordt om je bijdrages te leveren in de vorm van columns en/of reportages of een bestuursfunctie dan is dat een grote eer. Meer nog zijn er die mooie ingangen om met het crème-de-la-crème van de duivensport in contact te komen en meer van deze mensen te weten te komen. Zo kreeg ik afgelopen jaar via het maken van een reportage voor de Fondunie de kans om contact te leggen met toppers als Jos Pepping, Mike Peereboom en Arjan Beens, gasten waarvoor ik al jaren een enorme waardering heb, puur vanuit de uitslagen. Het gekke is, het blijken nog aardige jongens ook!!! Uit deze gesprekken haal je weer leerzame info die je kunt toepassen op eigen hok of bied je de kans een keertje op hun hok te komen. Dit alles heeft echter ook een keerzijde en dat is de druk die het kan gaan leggen op de beperkte tijd die een zelfstandig ondernemer en vader van een jong gezin ter beschikking heeft. Zo kan het ontstaan dat al die leuke contacten, bestuursfuncties en uitwerkingen van reportages een ‘must’ gaan worden en niet meer puur het stukje extra dat met onze fijne hobby gepaard gaat. Waar ik zelf gelukkig geen last van heb is het telkens weer moeten weerleggen van teksten van anderen die hun mening hebben over bepaalde door mij geuite visies. Tegenwoordig ben ik maar gestopt met lezen van teksten van personen die het hiermee drukker hebben dan dat ze ons voorzien van interessante ‘leerstof’. Ik kan deze collega’s slechts een tip geven : lekker belangrijk wat een ander ervan vindt, heeft iemand er problemen mee, dan leest hij of zij het maar niet!!
PLEZIER, dat moet voorop staan in het uitoefenen van een hobby, vooral als je er ‘niet van hoeft te eten’ zoals Jan Peters dat altijd zo mooi kan verwoorden! Plezier gaat bij ons (ons, want ik doe het immers samen met mijn vader) wel gepaard met de nodige ambities om te presteren en het beste uit onszelf en uit de duiven te halen. Hiervoor hebben we ons dan ook de nodige investeringen getroost en hebben we door diverse fijne vriendschappen ook kans gekregen een stam duiven te formeren dan kan meestrijden om de prijzen. Plezier haal je uit kleine dingen; een harde training van weduwnaars, een uitgekomen ei, een lapvlucht, een overwinning, noem maar op. Waar we echter niet omheen kunnen is dat we in Nederland gevangen zitten in een bestuurlijk apparaat dat de randvoorwaarden bepaald om ons spel te spelen. Dit apparaat is natuurlijk nodig, goede en duidelijke voorwaarden zijn belangrijk, vooral in een tijd waar digitalisering en commercialisering hoogtij viert. Net als met een mobiele telefoon heeft een dergelijk apparaat af en toe een update nodig en als deze niet meer goed functioneert door nieuwe eisen van de tijd dient deze vervangen te worden. Dat hebben we in de duivensport al diverse malen gezien, alleen lijkt het wel of we op verschillende vlakken waar we zeg behoefte hebben aan een I-phone 5, we maar blijven zitten met die Nokia 3210 uit een ver verleden. Op zich is dit nog niet zo erg, deze telefoon heeft zijn beperkingen, kan niet vooruitstrevend zijn, maar er kan wel mee gebeld worden en dit is waar hij voor bedoeld is. Toch, en dit is tekenend voor onze eigen recente ervaringen, de meeste frustraties ontstaan als die telefoon geen bereik meer heeft, ofwel, op de ene locatie werkt deze perfect, op andere momenten niet, hij meet met verschillende maten, hij lijkt vol te zitten van willekeur en het te doen als het hem uitkomt. Een toestel kun je nog eens uit de raam gooien en een nieuwe aanschaffen, een bestuurlijk apparaat niet, want waar de winkels vol liggen met nieuwe toestellen hebben we geen reservebank met nieuwe bestuurders en waar nieuwe toestellen bijna altijd voor betere functies zorgen zijn nieuwe bestuurders geen garantie voor toekomstige successen.
Al met al is er de behoefte aan het hervinden van het plezier in de duivensport. Dit plezier begint op eigen hok en zit ‘m in die kleine dingetjes. Daar tijd voor vinden en daar van kunnen genieten. Dat ga ik dus doen, geen columns meer voorlopig, maar focus terug naar de basis en deze basis is dichterbij dan we denken, hij staat gewoon in de tuin, ons eigen hok!!
|
Het is weer een drukke winter geweest op het gebied van de internetverkopen. Ongelooflijk hoeveel duiven van eigenaar wisselen. Ik volg dit altijd aandachtig op de diverse sites. Waarom? Ik ben geïnteresseerd in wat de concurrentie aanbiedt en wat de ‘marktwaarde’ is van de verschillende duiven. Soms val ik hierbij van de ene verbazing in de andere. Als je de verkopen volgt dan denk je wel eens bij jezelf ‘dit gaat nergens meer over’. Neem nu de (totale?) verkoop van Mark de Cock uit Temse. Natuurlijk, deze topper heeft een vermogen geïnvesteerd in zijn duiven en bij verkoop kan hiervan een groot deel weer terugvloeien. Als je dan echter ziet waarvoor bepaalde duiven weggaan, dan vraag ik me af hoe de koper tot deze keuze komt. Ik bedoel hiermee dat er in verhouding veel geld wordt betaald voor een duif die generaties afstaat van een topduif of hier slecht zijdelings aan verwant is. Op andere sites wordt een op papier gelijkwaardige zo niet veel interessantere duif verhandeld voor een veel lager bedrag. Hier komt dus duidelijk de factor ‘marketing’ om de hoek kijken. De presentatie van een verkoop is veelal bepalend voor de opbrengst. Tevens, hoe presenteert de liefhebber zich, eigen site, reportages, etc. Dit alles kan leiden tot een hype rondom een persoon en zijn duiven en heeft een positieve invloed op de opbrengsten van de verkoop van zijn duiven.
De laatste jaren zien we dat de Belgen ons achterhaald lijken te hebben voor wat betreft topduiven en dan met name op de snelheid. Inmiddels zijn vaderlandse topspelers open over hun jaarlijkse uitstapjes naar het Belgische om er jonge duiven te halen. Hoe is deze kentering mogelijk? Ik zie hierin 2 belangrijke oorzaken : - Investeringsniveau in België is hoger dan in Nederland; - Interessanter vliegprogramma dan in Nederland.
Als we de verkopen op Pipa volgen dan is het percentage topduiven dat onder de hamer komt hoog. Van deze duiven gaat het gros naar Azië, dat is bekend. Echter, het verschil tussen de aankopen door Belgen en Nederlanders is aanzienlijk in het voordeel van de Belgen. Zo blijven er meer topduiven in België en lijkt dit land een voorsprong op het gebied van ‘de rollende euro’ te nemen. De tophokken die flink verdienen aan verkopen, investeren dit geld weer in nieuwe duiven waarmee het gemiddelde niveau hoog ligt.
In België staan er jaarlijks bijzonder veel Nationale vluchten op het programma. Dit zijn vluchten waarop zeker de ligging van invloed is, echter door de spreiding van de duiven de eerlijkheid bevordert wordt en hiermee zeker ook de kwaliteit van de duif komt bovendrijven. De duiven die op deze vluchten excelleren zijn dikwijls de echte cracks. In Nederland worden we geconfronteerd met onze afdelingsvluchten waarbij de wind de prijzen maakt. Natuurlijk maken ook hier dikwijls de tophokken het mooie weer, maar ook zij staan in hun hemd als de omstandigheden ongunstig zijn en een duif zich niet kan onderscheiden. In België gaan de jonge duiven al veelvuldig mee op de Nationale vluchten. En ja, dit zijn nogal eens lastige vluchten, maar de duiven die hier doorheen komen zijn de beloftes voor het jaar erop.
In bovenstaand verhaal zullen niet veel melkers zich herkennen en ikzelf ook niet. Ook ik ben jaloers op de mannen die achteloos duizenden euro’s neertellen voor een jonge duif. Ken je beperkingen en doe er je voordeel mee!! Stel jezelf de vraag ‘wat wil en kan ik?’. In Nederland worden we bedolven onder de bonnenverkopen. Als ik zie waarvoor bonnen verkocht worden dan is dit nogal eens beschamend te noemen, beschamend in de zin van ‘te goedkoop’. Ook dit komt vaak door de ‘marketing’ rondom de bonnenverkoop, maar geeft de koper wel de gelegenheid om voor een klein bedrag contact te leggen met een topspeler. De bedragen voor de bonnen zijn veelal lager dan wanneer je de liefhebber belt met de vraag wat de jongen kosten. Zo geldt dit ook voor ons. De laatste jaren hebben we flink geïnvesteerd in duiven en dan met name in kwaliteit boven kwantiteit, dus gerichte aankopen uit bewezen topvliegers/topkwekers. Dit heeft ons gebracht op een niveau waar we nu zijn en van waaruit we natuurlijk ieder jaar weer een stukje hopen te verbeteren. Wij hebben als geen ander ervaren dat kwaliteit zijn prijs heeft, maar voor ons paste dit op de vraag ‘wat wil en kan ik?’. Derhalve vinden wij dat ons nageslacht ook zijn prijs heeft die wijzelf bepalen. Vanuit die gedachte heeft de potentiële koper de keus wat te doen. Dezelfde duiven kosten aan de bron dikwijls meer en dus dient de koper dit op waarde in te schatten.
Onlangs was er locaal een bonnenverkoop. Eerst via internet, daarna nog een openbare verkoop in het clubgebouw. De opbrengst van sommige bonnen was bedroevend, het aantal ‘slapers’ was weer enorm. ‘Slapers’, dat zijn dus de mensen die gewoon niet opletten en bonnen laten lopen van € 30 van liefhebbers die hun wekelijks de voet dwars zitten. Een voor ons bekende liefhebber bood een koppel eieren aan uit zijn beste doffer. Deze doffer komt rechtstreeks van onze hokken uit een rechtstreekse van Falco Ebben x een Dirk van Dyck duivin, gekweekt uit onze vliegduiven. Deze doffer bewees al meerdere malen uit het goede hout gesneden te zijn met o.a. een 1e van de kring. Vooral gegeven het feit dat deze herintreder nog enorm aan het zoeken is en deze duif nadrukkelijk boven de rest van het hok uitsteekt mag hieraan de conclusie verbonden worden dat hierin echt kwaliteit MOET zitten. In deze bon was feitelijk niemand geïnteresseerd, ook niet de mensen die bekend zijn met de prestaties uit de nabije omgeving. Dat de interesse landelijk dan tegenviel is nog daaraan toe, maar zelfs locaal is onbegrijpelijk te noemen. Inmiddels hebben we de bon zelf gehouden en is deze doffer, een kanjer ook in de hand, gekoppeld aan onze duifkampioen natoer, een rechtstreekse Eijerkamp en gaan we de eieren delen!
|
Morgen- of middaglossingen en uitslagen lezen |
14-1-2013 |
Er zijn liefhebbers die alles spelen, maar veel fondspelers specialiseren zich op een bepaald onderdeel. Let op, 14 overnachtvluchten zijn geen peanuts, een grote kolonie is hiervoor vereist om op elke vlucht een aantal kanshebbers aan de start te krijgen. Zelf reken ik me tot de middelgrote liefhebbers met komend jaar ca. 32 vliegkoppels. Toch wil ik me specialiseren en toeleggen op een aantal vluchten. Ten eerste omdat ik het als hobby wil blijven beschouwen en simpelweg te tijd ontbeer voor 14 overnachtingen. Ten tweede wil ik gericht voor prestaties gaan op de vluchten met meerdere kanshebbers op een kopprijs. Ten derde speel ik op nest en dus korf ik de duiven maximaal 2 maal in. Mijn voorkeur gaat uit naar de ochtendlossingen. Waarom? Het idee dat een duif zo’n 15 uur moet hangen eer het donker is geeft me een gevoel van eerlijkheid. Dit heb ik steeds minder gekregen op de middaglossingen waar onze duiven dikwijls na een uurtje 8 a 9 verplicht zijn aan de nacht te beginnen of erdoor knallen. Dikwijls zitten hier een aantal steenvroege duiven, tijdje niets, dan het peloton. Let wel, op elke discipline kan ik me de afgelopen jaren mooie vluchten herinneren, echter, de ochtendlossingen hebben voor mij meer cachet. Door het almaar wijzigen van vluchtprogramma’s op de middaglossingen is de nostalgie hiervan verdwenen, slechts St. Vincent is nog over van het illustere rijtje : St. Vincent, Dax en Bergerac. De ZLU heeft nu al een flink aantal jaren een redelijk stabiel programma met Barcelona als hoogtepunt. Barcelona, vlucht der vluchten. Zelf ben ik van mening dat deze vlucht de overvlucht een goede kans geeft op een topprestatie / kopduif, meer dan op bijvoorbeeld een Marseille of Narbonne. Vluchten waarbij het duiven regent op de voorvlucht, maar waarbij de overvlucht niet of nauwelijks kan klokken op dag 1 zijn een Limburgs en/of Zeeuws / Zuid-Hollands feestje. Op Barcelona komt er bijna nooit een duif thuis op dag 1 waarbij alle duiven op dag 2 met dezelfde omstandigheden beginnen. In de wetenschap dat een duif meer aankan en niet schroomt om een nachtelijk avontuur aan te gaan, geeft dit de overvlucht relatief meer kans. Toch, en kijk de uitslagen er maar op na, is het redelijk armoe troef als je de top 25 van elke ZLU-vlucht op het podium ziet staan zoekend naar liefhebbers ‘uit de overvlucht’. Dit valt niet mee en dit blijft ook wel zo. Afgelopen huldiging stelde ik mezelf en anderen de vraag hoe we zouden varen als wij in Eijsden gingen wonen en dat onze duiven in Luik nog even de bult over zouden moeten om vervolgens de klep aan te tikken. We waren het redelijk eens, de kans op kopduiven zou toenemen, de kwaliteit van onze duiven zou zich moeten kunnen meten met de huidige locatie elite.
Een prestatie begint op locaal niveau. Dit zijn de hokken waartegen je wekelijks strijdt, waarmee je je goed kunt vergelijken. De omstandigheden zijn gelijk geweest, hier gelden geen excuses. Een topduif op locaal niveau hoeft op nationaal niveau niet vroeg te zitten. Gerard van Tuyl vloog in 2011 een 1e van Marseille in de toen ongunstige middenlijn. Nationaal was het ‘slechts’ plaats 43 waar normaal de top van de Fondunie nationaal vrijwel zeker top 15 vliegt. Nationaal krijgt deze duif dus geen erkenning, waar de 42e nationaal bijvoorbeeld de 18e provinciaal pakt in Limburg of Zeeland en dus van mij minder uitzonderlijk presteert. De 1e in de Fondunie is de eerste duif boven de rivieren, de eerste van de afdelingen 6 t/m 11!! Zo’n duif verdient de erkenning die deze verdient, degene die de uitslag kan lezen zal de duif zeker opmerken, de doorsnee liefhebber niet. Dit moet je kunnen accepteren als liefhebber, kun je dit niet, dan zul je met frustraties blijven zitten. Afgelopen jaar heb ik 3 van de 4 vluchten in Zetten ingekorfd waar je je dus kunt meten met de locale spelers. Van de 3 vluchten werd achtereenvolgens een 2e-1e-2e gespeeld van het centrum met op Marseille zelfs 1-2-3. Dit geeft de nodige voldoening, ondanks dat de duiven niet bij de eerste 100 Nationaal eindigden. Alles moet dan meezitten, denk aan Marseille, met het uitstellen van de vlucht ging de wind van Noordwest naar Noordoost, we zullen het niet weten, maar wellicht heeft dit Jan Becker uit Nijverdal de Nationale zege gekost. Hij zit immers aan de Oostkant en had z’n duiven in topvorm. Dit waren misschien net de omstandigheden die nodig waren voor die Nationale zege. Zelfs spelen we nu 3 duiven in de eerste 200 Nationaal, met de Noordwesten wind zaten ze misschien alledrie bij de top 100. Feit is, de omstandigheden waren voor een ieder gelijk op locaal niveau, dus daar moeten we beginnen met spiegelen. Als in het centrum een 10e gespeeld wordt met een 78e Nationaal, dan zit ik liever 1e in het centrum met een 163e Nationaal. Voor de commercie is dit misschien wat minder aantrekkelijk, maar door dit in acht te nemen bij selectie op eigen hok wordt je sterker en als het dan een keertje allemaal meezit dan kan er ook iets moois gebeuren. Ik schreef al eerder, och, wat zou ik graag een keer een vaasje winnen, maar diep in m’n hart speel ik liever de 26e Nationaal en vooruit in het inkorfcentrum dan 18e Nationaal en 4e in het inkorfcentrum, nou vooruit, een keertje dan maar………………….
Het lijkt erop dat meer liefhebbers zich gaan toeleggen op de ochtendlossingen. Stichting Marathon Noord liet dit beeld in 2012 al optekenen en ook de Fondunie kende in 2012 een toename van duiven en liefhebbers. Met name Noord-Nederland (afdelingen 10 en 11) lijken in opkomst, zorg voor een interessante locale competitie, dit werkt zeker aanstekelijk. Ik begreep dat de Friese Fondclub weer ZLU vluchten opneemt op het programma en dat een liefhebber als Marcel Jansen uit Ewijk (een vervent middagspeler met een indrukwekkend palmares) de ochtendlossingen wil gaan oppakken. De prestaties van Arjan Beens op Barcelona, Marseille en Perpignan zijn ook niet onopgemerkt gebleven bij de ‘locals’, dit geeft andere weer motivatie om dergelijke vluchten op te pakken!! Dit is alleen maar goed voor de ‘trek naar het Oosten’, hoe meer duiven deze kant, hoe gunstiger dit de trek kan beïnvloeden met meer kans dat de duiven eraan blijven hangen en we meer kopduiven kunnen pakken. Laten we ervoor zorgen dat de drempels om in te korven laag blijven en dat we bijvoorbeeld met het inkorven de klokken aanslaan om maar wat te noemen. Dit voorkomt weer een uitstapje op de vrijdagavond naar het locaal, waar we wellicht de zaterdagavond en de zondag al weer op pad moeten.
Op eigen hok gaat de kweek voortvarend. Ondanks dat we in het voortraject geen belichting hadden toegepast, niet hadden voorgekoppeld en geen warmte-elementen toepassen hebben de koppels binnen 14 dagen hun 1e ei gelegd. Einde van de week worden de eieren overgelegd en beginnen we aan broed 2. Tevens koppelen we de vliegduiven snelheid. De vliegers voor de fond zitten voorlopig nog op ruivoer aangevuld met gerst, dit blijft nog wel een tijdje.
|
Jaarlingen op de fond |
8-1-2013 |
Afgelopen weekend weer ons jaarlijkse uitje gehad naar Valkenburg en Kerkrade. Na de verhuizing van het ZLU-feest naar Kerkrade zijn wij, en met ons nog een aantal vaste gasten, ons hotel in Valkenburg trouw gebleven. Op de heenreis werd nog even een bezoek gebracht aan Rene Wiche in Eijsden waar onze medepassagiers een bon hadden gekocht. Zij mochten uitkiezen uit 3 kinderen van de ‘Mistral’, 1e nat. Marseille, maal een zus van de 1e nat. Tarbes. De keuze was unaniem en viel op de 182, een late duivin met alles erop en eraan waar de heren Van der Horst en Hendriks de komende jaren mee vooruit kunnen en dat tegen een relatief lage investering. Was zeker de moeite waard om even deelgenoot te zijn van dit uitstapje naar een dubbele nationale winnaar.
Jaarlingen op de fond, een discussie die er altijd is en die altijd zal blijven. Ik nam de kans schoon om op het ZLU-feest waar het crème-de-la-crème van de Nederlandse fondelite is vertegenwoordigd om hier nog eens wat op in te zoomen. Van veel liefhebbers zien en lezen we dat voorzichtigheid geboden is met de jaarlingen, zij zijn immers de toekomst van het hok, etc. etc. In Kerkrade sprak ik hierover met Tiny van Rosmalen, een sterke speler uit het gelijknamige Rosmalen en met name bekend om dikwijls kopduiven op de ZLU-vluchten met jaarlingen. Tiny is het bijhuis van Kouters uit Noordhoek en al sinds jaar en dag een bekende van mijn vader. Tiny speelt zijn jaarlingen dus wel, en ook op vluchten als Marseille en Narbonne. Deze duiven zijn doorgaans zijn beste duiven ook op latere leeftijd en nogal eens zitten hier asduiven van meerdere jaren bij. Van kapot spelen dus geen spraken. Wat wel een belangrijk punt is, is dat de duiven als jong 2 x Orleans hebben gevlogen en dus een enorme bagage in hun geboortejaar aan ervaring koesteren. Ik sprak er vervolgens nog even over met Rieks Lonsain uit Nieuwleusen, die niet schuwt om jaarlijks een flink peloton jaarlingen in te korven voor Bordeaux ZLU. En ja, bij kwade vluchten blijven er flink wat duiven achter, echter, ook Rieks heeft de ervaring dat zijn sterkste duiven overeind blijven en dit ook op latere leeftijd aantonen. Kortom, hier dus 2 liefhebbers met een indrukwekkende staat van dienst, die hun jaarlingen flink aan de tand voelen.
Voor mij is dit een vraagstuk dat omringd is met een aantal kleinere deelvragen die samen het spel met de jaarlingen bepalen : 1. hoe spelen we de jongen? 2. wat is de capaciteit op het hok? 3. welke selectiecriteria passen we toe? 4. wat zijn de voorspelde vluchtomstandigheden?
Ad 1) inmiddels zelf mogen ervaren dat een goed opgeleide jonge duif meer aankan dan een duif die als jaarling zijn debuut nog moet maken op de wedvluchten. Dit zien we dikwijls al in het voorjaar bij koude / slechte vluchten, de ervaring komt dan bovendrijven. Veel onervaren duiven hebben het moeilijk. Deze ervaring nemen ze mee naar hun debuut op de marathon vluchten. Wij spelen de jongen op de programmavluchten, in 2013 willen we ze zoveel mogelijk inkorven als de omstandigheden dit toelaten.
Ad 2) nogal wat spelers beschikken over tientallen meters hokken in hun tuin en hebben ruimte genoeg voor hun duiven. Een nieuwe lichting wordt probleemloos ingepast. Dit geldt voor ons niet. Bewust zijn we al teruggegaan van 48 naar 32 koppels op de fond en dan is het dus dringen geblazen voor een bak.
Ad 3) Velen selecteren hun jaarlingen niet, ofwel op open deuren als vitaliteit en afstamming. Zelf ga ik hierin een stap verder. Jaarlijks verdwijnen er altijd een aantal jaarlingen die me niet bekoren. Dit heeft te maken met hoe ze zich profileren op het hok, vitaliteit, maar niet als laatste op het gebied van prestatie. Deze punten gaan dikwijls hand in hand. Duiven die je niet 100% bekoren maken dit zelden waar op de wedvluchten. Met een nieuwe lichting die klaarstaat om een broedbak in te nemen is selectie dan ook essentieel. Afstamming speelt hierin een ondergeschikte rol, als papier zou vliegen dan kan ik de ZLU vragen of ze alvast 10 vaasjes af willen sturen voor 2013 bij wijze van spreken. Dit is een basisprincipe, maar zeker geen houvast.
Ad 4) Afgelopen jaar speelde ik voor het eerst jaarlingen op Bordeaux ZLU, iets wat we in onze omgeving (regio Nijmegen) nauwelijks zien. Ik speelde ze omdat de gemelde omstandigheden gunstig zouden zijn, middelmatige temperatuur en een Zuidwestelijke stroming. Uiteindelijk viel dit aan onze kant nog wat tegen en ’s avonds hadden we er 2 door van de 20, waaronder 1 jaarling. Van de 6 jaarlingen wonnen er wel 4 prijs en alle 6 keerden terug op het hok. Al met al een prima leerschool op een goed verlopen vlucht. Met een koperen ploert hoog aan de hemel en temperaturen boven de 30 graden en een eventuele Noordelijke wind zal ik zeker voorzichtiger te werk gaan en jaarlingen niet wagen op ZLU-klassiekers van meer dan 900 km. Echter, afgelopen jaar vlogen we Albi met middaglossing wat ook een vreemde vlucht werd met een aantal vroege aankomsten en dan weer gaten. Van dergelijke vluchten op de middaglossing hebben we er m.i. de laatste jaren te veel gehad en geeft me geen criteria voor goede selectie. Overigens 15 jaarlingen mee op deze Albi en ’s avonds 15 thuis.
Resumerend kunnen we zeggen dat er verschillende visies zijn en blijven voor wat betreft het spel met jaarlingen. Gezien onze relatief beperkte capaciteit met 32 koppels en flinke aanwas van jonge duiven willen we de jaarlingen aan te tand voelen en beoordelen. Onze beste duivin ooit, de ‘18’ van 1998 (overigens nog altijd op het hok), speelde als jaarling van een snikhete Marseille prijs, constatering ergens in de middag. Onze beste doffer, de ‘350’ won als jaarling in 2005 ook al 2 op 2. Onze beste doffer van 2012, ‘Diesel’ won als jaarling ook al de 143e nat. Bergerac. Ik houd me altijd vast aan het feit dat kwaliteit vroeg tot uiting komt, dit is niet altijd zo, maar so be it!!!
|
Nieuwjaarswensen |
1-1-2013 |
Namens mijn vader en mezelf wil ik beginnen om iedereen een bijzonder gezond en succesvol 2013 toe te wensen. Hopelijk mag de duivensport voor een ieder hier een bijdrage aan leveren in positieve zin. Laten we niet vergeten dat het voor de meesten van ons ‘slechts’ een hobby is, dus iets waaraan we een stuk rust en ontspanning kunnen ontlenen en ons waarbij we de hectiek van alledag even naar de achtergrond kunnen schuiven.
Ik heb geleerd dat je altijd wat te wensen mag hebben en dat dit een prima motivatie kan zijn voor het realiseren van gestelde doelen. Voor wat betreft onze duiven heb ik nog genoeg te wensen en sommige wensen zijn eerder dromen. Denk hierbij aan het winnen van de 1e Nationaal Barcelona, iets wat zeker een droom is. Maar ja, dat is voor menig fondliefhebber en het is maar voor weinigen weggelegd dit ooit mee te maken. Wel is het zo dat we ons moeten realiseren dat we een focus moeten leggen op bepaalde wensen. Ik kan wel zeggen dat ik kampioen wil worden op ZLU kampioenschap en de middaglossingen van de fondclub, maar dit is niet reëel met de huidige ploeg vliegers. Liever leggen we een focus op een onderdeel, waarbij een kampioenschap ondergeschikt is aan vluchtprestaties en kopduiven. Voor onze snelheidsploeg hopen we de lijn van 2012 door te trekken en onze kwaliteit in de breedte te versterken en met name op de dagfondvluchten mooie uitslagen te maken. Onze fondploeg bevat komend jaar veel redelijk ervaren 3-jarige duiven, die in 2012 al veelal 2 op 2 vlogen. In 2013 gaan we proberen deze ploeg maximaal in te zetten op met name de ZLU vluchten met als doel toch een keer dat vaasje op mogen halen in Kerkrade. Bij dit alles moeten we de jonge duiven niet vergeten. Hoewel hier niet de focus op ligt voor ons spel, een goede kweek, gevolgd door een gedegen opleiding is de basis voor de successen van komende jaren. We zijn overtuigd van de kwaliteit op ons kweekhok, maar de nakweek moet de kans krijgen zich te ontwikkelen en te etaleren op de vluchten. Dit krijgt dus nog meer aandacht komend jaar zodat we in september kunnen zeggen dat we een prachtige lichting klaar hebben voor 2014!!
Met het nieuwe jaar gaan we ook weer regelmatig korte berichten op twitter plaatsen, @weijersduiven. Onze volgers hebben dit al kunnen zien, de berichten staan rechts in de balk. Zo is het eerste deel van onze kwekers inmiddels gekoppeld en is onze ‘Lize’ definitief naar het kweekhok verhuisd. Meer van dit soort feitjes en weetjes vindt u komende maanden op twitter.
|
Hoe te koppelen? |
29-12-2012 |
Even een weekje ertussenuit geweest. In het Duitse Cochem was het al niet veel beter dan hier met het weer. Om broodjes te halen was het 300 meter lopen, maar door het barre weer met slagregens en windstoten werd een ieder al snel veroordeeld tot het nemen van de auto om niet doorweekt terug te keren. Ach, met 4 koters in de leeftijd van 1 t/m 4, een Playstation en een Ninendo Wii kom je de dagen makkelijk door. Tussen de bedrijven door nog de tijd genomen om de kersteditie van ‘Het Spoor’ aandachtig te lezen. Hoe lees ik dit fijne blad? Allereerst lees ik de columns, dit vind ik het meest interessant voor mezelf en hiervan probeer ik nog wat op te steken. De reportages van kampioenen is dikwijls een onontkoombare opsomming van prestaties en uitlichten van de beste duiven, maar voor echte (nieuwe) inzichten is geen plaats. Met ons systeem van competitie zijn de kampioenen talloos en een ieder verdient hiervoor de credits te ontvangen en dus is de beschikbare ruimte per kampioen beperkt en dat is begrijpelijk.
Ik las een interessante column van Martin van Zon over afstandgeschiktheid van duiven, een onderwerp dat ook mij veel bezighoudt. De heer Van Zon spreekt nog over de echte midfondduif en de echte dagfondduif. In mijn beleving is dit tegenwoordig minder aan de orde en kunnen we de duif over het algemeen inschalen als snelheidsduif of fondduif. Een snelheidsduif vliegt van 100 tot 700 km en de fondduif vanaf 700 km. Deze afstandsgrenzen zijn niet vast maar geldt als een richtlijn. Waarom geen onderscheid meer per onderdeel (vitesse, midfond en dagfond)? Bij de kampioenen als Eijerkamp, Verkerk, Koopman, etc. spelen de duiven top van Duffel tot Chateauroux. Ze zullen echter proberen hun focus en dus de vorm te verleggen naar vluchten die er voor hun toe doen, over het algemeen zijn dit de dagfondvluchten. Eijerkamp’s Olympiade duivinnen ‘Olympic Lisa’ en ‘Olympic Vivian’ zijn bewust op de midfond gespeeld en niet op de dagfondvluchten. Door deze focus stonden deze dames optimaal aan de start en dwongen ze hun Olympiade-ticket af. Denkt u dat dergelijke topduivinnen hun prijs niet zouden halen op een dagfondvlucht?? Kom op, een duif die 375 km. met een Noorden wind aan de kop speelt, zou dat niet kunnen op een Orleans van 550 km. met een Zuidwesten wind door afstandsongeschiktheid? Hier geloof ik niet in. Op Bergerac, de Nationale vlucht voor Sector 1, speelden de snelheidsmannen de fondspelers totaal omver, snelheden lagen rond de 85 km/h. Op afstanden van ca. 850 km. waren het hier de duiven en liefhebbers die ook op vluchten van 200 km de sier maken. Wat echter zeker van invloed is op afstandsgeschiktheid zijn de wisselende omstandigheden waarmee we te maken hebben. Stel dat deze Bergerac waarbij de Zuidwesten wind voorspelt was zou omslaan naar een Noordoosten wind met 30 graden. Dan zou het andere koek worden. Ook dan zouden er snelheidsspelers zijn die de sier maken, simpel omdat hun duiven optimaal aan de start staan en de forme nog altijd te pakken hebben zo laat in het seizoen. Er zullen echter meer duiven zijn die geconfronteerd worden met hun limiet en waarvoor 850 km. met 14 uur vliegen te ver is en fondduiven die in hun element raken en op dag 2 het vermogen hebben direct op te starten waar een snelheidsduif nog een aantal uren moet opladen. Op Bergerac 2011 won onze ‘Lize’ een 1e in zone 1 tegen ruim 5.500 duiven en 2e Nationaal. De snelheid lag op 80 km/h en deze duivin heeft enkel en alleen snelheidsbloed in de aderen. Let wel, het was een vlucht met een geplande middaglossing en derhalve bestond de concurrentie hoofdzakelijk uit fondduiven. Dit doet niets af aan haar prestatie, het blijft 870 km. Deze vlucht was voor ons een hoogtepunt van het seizoen met 18 prijzen op 28 duiven, waarvan 27 jaarlingen. Deze ‘Lize’ vloog in 2012 vanuit Agen en keerde een week na lossing pas terug op ons hok. De omstandigheden leken gelijk te worden aan Bergerac. Waar de snelheden van de topduiven rond de 80 km/h lagen zaten de duiven met name aan de Westkant van het land, de duiven aan de Oostkant kwamen net boven de 70 km/h en de afstand is 935 km en dus nog een 65 km verder dan Bergerac. Zij heeft blijkbaar haar limiet te vroeg bereikt, doch ben ik ervan overtuigd dat de duiven op deze Agen nog niet zo optimaal in forme aan de start stonden als destijds op Bergerac waardoor ze dus net niets dat extra’s kon brengen.
Het lastige zijn en blijven de wisselende omstandigheden waarmee we te kampen hebben in combinatie met de ligging. Op de ZLU vluchten vielen in 2012 m.u.v. Marseille en door de middaglossing Barcelona massaal duiven in de avonduren. Dit betekent dus duiven die op 1 dag een afstand van 900 – 1.100 km kunnen afleggen. Echter, de ligging is zeker van invloed in dit geheel. In het Oosten van het land moeten we ervan uit blijven gaan dat ‘pakken op dag 1’ niet mee zal vallen en doorgaans aan het einde van de avond zal zijn tegen de schemering. Concreet dus zo’n 14 a 15 uur hangen en dat is niet voor een doorsnee snelheidsduif weggelegd. Doordat onze sport steeds sneller wordt en de snelheidsduif steeds sterker kunnen we niet om zijn invloed heen voor het zwaardere werk, zeg boven de 850 kilometer. Voor vluchten als Barcelona met voor mij bijna 1.200 km zie ik de invloed nog minder, maar dus wel op de vluchten van rond de 1.000 km. Hier moeten we echt op zoek naar duiven die thuis willen komen en ’s avonds nog net dat extra’s kunnen brengen om hun thuishaven te bereiken. Ja, dit kan zeker met ‘echte’ fondduiven, maar die zitten overal denk ik dan maar. Wat we willen hebben zijn die uitzonderlijke cracks. Hiertoe koppelden we in de zomer al ‘Sietse’ x ‘Emperor Girl’ en ‘Gaudi’ x ‘Janna’. ‘Sietse’ is zoon ‘Fondkoppel’ van Jelle Jellema, ‘Emperor Girl’ is rechtstreeks van Hans en Evert-Jan Eijerkamp (soort C. & G. Koopman) en moeder van ‘Wesley’, onze beste dagfonddoffer in 2012. ‘Gaudi’ is een zuivere Van Loon uit ‘Michelangelo’ en vader van ‘Mars’, 2x 1e in 2012 als jaarling. ‘Janna’ is dochter ‘Zwart Goud’ van Jelle Jellema. Deze duiven gaan we zetten tegen ‘echte’ fondduiven om zo deze extra snelheid erin te brengen. Om gericht duiven te kweken voor Barcelona klopten we aan bij Henri Hoeks en hiervan zitten nu 4 zeer fijne duiven op de kooi. Duiven die bewezen hebben geweldig te vererven en St. Vincent in Bovensmilde goed aan te kunnen onder alle omstandigheden. De afstand St. Vincent – Bovensmilde is nagenoeg gelijk aan Barcelona – Groesbeek. De tijd zal het leren!!
O ja, een nieuwtje, dat had ik vorige keer beloofd. Afgelopen jaar hield Henk de Vries, ‘Ome Henk’ voor mij (eigenlijk oom van mijn vader), het voor gezien wat betreft de duivensport. Door omstandigheden ontbrak de motivatie om nog door te gaan en het fanatisme om dag in dag uit ermee bezig te zijn. Om niet helemaal zonder te zitten bleef een deel van het hok overeind samen met de beste duiven. Op vluchtdagen kwam hij afgelopen jaar al wekelijks bij ons kijken en zo ontstond het idee om zijn duiven definitief over te nemen. Het gaat hier om een superkweekdoffer van 2004, afkomstig van Michael Maters uit Goch, lijn ‘Klompvoet’, soort Gebroeders Janssen. ‘Der Klumpfuss’ is een begrip in Duitsland met enorme kweekresultaten van meerdere generaties. Deze doffer van 2004, inmiddels omgedoopt door mij tot ‘Henk’s secret’ gaf samen met een duivin van Pierre Faes (Baarn) uit de oude Van Loon lijnen (Oude Blauwe van 84) geweldige doffers nakomelingen. 3 van deze doffers vlogen talloze eerste prijzen en legio kopprijzen en versterken nu dus onze kweekstal. De Van Loon duivin is helaas niet meer, maar wel een volle broer en zus. Voor deze doffers wilden wat nieuws proberen en dus zochten we versterking en die vonden we in België, hierover later meer. Hiermee hebben we naast onze Eijerkamp-stal een nieuwe lijn die we gaan proberen op ons vlieghok en die elkaar hopelijk op een hoger plan kunnen brengen, de tijd zal het leren. Belangrijker nog, we houden een gepensioneerde duivenliefhebber toch nauw betrokken bij de sport en Henk zal ons in 2013 waar mogelijk blijven ondersteunen en kan zo hopelijk nog genieten van de nakomelingen van ‘zijn’ duiven.
P.s. over ons dispensatieverzoek nog geen nieuws, mensen die het op een eerlijke manier willen bewerkstelligen lopen nu eenmaal tegen muren op in de duivensport. Muren die moeilijk te beslechten zijn en bol staan van willekeur, maar waarvan de kwaliteit van de stenen steeds brozer wordt naarmate de jaren verstrijken. We kiezen er vooralsnog voor de muren met beleid te beslechten voordat ze vanzelf omvallen.
|
Op naar het koppelen |
18-12-2012 |
Rond de jaarwisseling willen we onze kwekers samen zetten. Dit zal in 2 fasen gebeuren, omdat de eerste broed naar derden gaat. Deze eerste broed bevat een specifiek aantal geselecteerde koppels. De volgende broed is dan weer voor onszelf en hiermee koppelen we ook de vliegduiven waar we de eieren onder gaan leggen. Onlangs verschenen er al wat columns over het samenstellen der koppels. Uitgangspunt voor ons is dat de kweekduif over de juiste eigenschappen beschikt. Wat zijn de juiste eigenschappen? Hier kunnen we een heel verhaal over afsteken, maar feitelijk is het zo dat wanneer je een duif in handen krijgt je direct een indruk hebt zonder de vleugel te bekijken of het oog nader te aanschouwen. Van Evert-Jan Eijerkamp heb ik veel mogen leren over de duif, door Eijerkamp samengevat in hun EPQC en hier geloof ik zeker in. Door onze vriendschap met familie Eijerkamp en door de diverse reportages van topliefhebbers kreeg ik de laatste jaren ontzettend veel topduiven in handen. Steeds weer was de eerste indruk goed te noemen en soms perfect, maar ‘perfect’ heeft dan weer een dosis subjectiviteit. Naast deze eigenschappen is de herkomst van belang. Wij streven naar duiven op ons kweekhok die afstammen van de absolute topduiven waarvan tevens de stam goed vererft. Ofwel, liefst hebben we duiven van liefhebbers die met een eigen stam al jaren lang presteren. Zo zijn we ook gestart op de fond. Liefhebbers als Cor de Heijde, Jan Peters en Jelle Jellema presteren al jaren top met een eigen stammetje duiven waar ze soms met wat nieuwe inbreng weer een impuls geven. Bij voorkeur schaffen we ook een zuivere nakomeling aan van een topspeler met een topafstamming en geen kruising. Kruisingen passen we toe in de kweek, bewezen is dat dit de grootste kans van slagen is. Het zoeken naar de juiste kruisingen en deze later weer terugzetten om de basis vast te leggen is het basisprincipe van het formeren van een stam.
Hoe staan wij er wat stamvorming betreft voor op onze hok? In 2006 zijn de eerste duiven aangeschaft bij diverse liefhebbers met jaarlijks wat nieuwe inbreng. Hier is inmiddels een selectie op toegepast, ofwel, de nakweek moet van waarde zijn anders is het vertrekken. Vertrekken is bij ons echt vertrekken en geen geromantiseerd verhaal over inkrimpen kweekhok of iets dergelijks. De beste duiven blijven zo over en door jaarlijks weer wat nieuws aan te schaffen proberen we het niveau te verhogen. Onze ‘Louis’ van Cor de Heijde is zo’n voorbeeld. Zijn nakweek vertegenwoordigt de beste duiven op ons hok, zowel kinderen als kleinkinderen. Samen met de 02-070 van Jan Peters heeft hij een aantal kinderen voortgebracht die goed presteren op de marathon vluchten, echter, in 2012 presteren ook kinderen met andere duivinnen goed en van de 02-070 presteert het nageslacht bij Jan Peters weer uitstekend met andere doffers (in 2012 bijvoorbeeld 1e SFG St. Vincent ZLU). Hier dus 2 bewezen verervers, waarvan er inmiddels 4 kinderen uit dit koppel naar de kweek zijn verhuisd in Groesbeek en in Bemmel. Hier kun je mee verder en ook van de kinderen op het vlieghok kan gekweekt worden!! In 2013 wordt deze doffer gekoppeld aan ‘Ivora’, dochter ‘Drogba’ en volle zus van ‘Naomi’, 3e nat. Bordeaux bij Eijerkamp. Deze ‘Ivora’ is van 2010, maar al moeder van ‘Elenora’, onze beste jaarling in 2012 met 2x eerste op het hok op Albi en Bergerac.
Geduld en vertrouwen. 2 basiswaarden die me voor zijn gehouden door menig topspeler. Ofwel, niet te snel oordelen en ruimen als de nauwe familie bewezen verervers zijn. Zo’n duif is ‘Jip’, een volle zoon van de ‘Vererver’ van Jan Peters en dus halfbroer van de Gouden Barcelona duif ZLU 2012. In het begin wilde het maar niet lukken in de kweek, dan weer eieren kapot, dan weer een roofvogel die met de jongen ervan door ging. Kortom, echt getest werd de nakweek niet. Nu in 2012, ofwel 5 jaar later is hij vader van de beste jaarling en vliegen en zit er een aantal beloftevolle vogels op ons vlieghok. Voor hetzelfde geld was hij al weggeweest zonder dat geduld en vertrouwen. Daarom is het ook van belang om de spelers te blijven volgen waar duiven aangeschaft zijn. Hoe koppelen zij? Wat pakt het beste? Met welke duiven kruisen ze?
Een duif moet dus ‘kloppen’ als je deze in de hand neemt. Voor ons zijn dit belangrijk bij de duiven die we aanschaffen voor ons kweekhok. Echter, het kan zijn dat je een topvlieger hebt die met pensioen gaat, maar die in de hand niet de voorkeur krijgt. Toch zal deze dan aanblijven en zal er in de kweek gezocht worden naar compensatie. Deze duif beschikt immers over eigenschappen die van belang zijn in onze sport, namelijk kopvliegen, Onze ‘Stan’, de beste jaarling van 2012, is een echte geweldenaar in de hand, zo zouden we liefst een hok vol kweken. Derhalve zullen we van hem in 2013 zeker de eitjes behouden. Ik neem hierbij zeker een voorbeeld aan Gerard en Bas Verkerk, die altijd hun topduiven voor hun kweekhok behielden en ik kan niet zeggen dat dit in Alphen en Reeuwijk nou windeieren heeft gelegd. Onze ‘Diesel’, doffer van 2010, is onze beste fondduif in 2012 met aankomst ’s avonds van Bordeaux ZLU en 179e nationaal van een zware Marseille. Zijn ouders zaten op het vlieghok, maar gingen helaas verloren. ‘Diesel’ genoot als jaarling al mijn vertrouwen door als 1e getekende van Bergerac te vliegen met een 143e nationaal. Ook hij heeft weer alles wat een duif moet hebben en zit altijd in zijn zondagse pak.
Toch spreek ik mezelf tegen. Waarom? Omdat ik in 2006 duiven kocht bij Jelle Jellema, toen nog in Steggerda en ik vergeet nooit meer het gezicht van mijn vader toen ik ermee thuis kwam, laat ik het zo zeggen, hij was niet onder de indruk…… De Jellema-duif zal op tentoonstellingen misschien dan niet de meeste prijzen ophalen, maar op de kampioenenhuldigingen gaan deze duiven dikwijls met alle eer strijken. Vooral de uitstraling die deze duiven hebben is enorm, ze verraden hun enorme wilskracht. Deze duiven beschikken over eigenschappen die m.i. ongekend zijn in de fondwereld en die in de kweek qua bouw gecompenseerd kunnen worden met andere rassen. Dit is de reden geweest om de duiven aan te schaffen, niet hun bouw, maar hun enorme wilskracht en erfelijke kwaliteiten. Jelle speelt nu immers met kleinkinderen van de asduiven in Nijverdal en staat wederom aan de top en in de toekomst zal hij een geduchte concurrent zijn op de ZLU als hij zich daarop zou gaan richten. Hij snoert dit jaar samen met de sympathieke Jan Becker eveneens uit Nijverdal de critici de mond die beweren dat je geen partij kunt geven op de ZLU in het Oosten van het land. Dit is een geheel andere discussie waar ik graag later op terug kom. Graag kweek ik van de vliegduiven in de toekomst, zo ben ik in de gelegenheid om het beste van bijvoorbeeld Jan Peters, Cor de Heijde, Hans Eijerkamp en Jelle Jellema samen te voegen.
Volgende week nog een nieuwtje!!
|
Van de een op de andere dag is het winter geworden in Nederland. Prachtige plaatjes natuurlijk, maar voor ons dakdekkers een doffe ellende!! Onze duiven komen toch niet buiten en ondervinden er dus weinig hinder van. Het voerregime passen we wat aan, immers, met zulke lage temperaturen hebben de duiven net als wij meer energie nodig om zichzelf warm te houden. Onze mengeling is sinds kort wat kariger geworden nu de laatste pennen gegooid en ingegroeid zijn. Ze mogen in deze tijd best wat aanvetten, maar teveel is niet goed en zeker nu ze komende periode nog niet los gaan. Een grote ‘tegenstander’ van wintervet is Jan Peters uit Bemmel, hij heeft me geleerd dat dit wintervet de optimale conditie kan belemmeren in het seizoen. Een ander besteedt er niet te veel aandacht aan en traint het er wel weer af in het vroegjaar. Bij ons op de hokken kun je goed het verschil zien tussen snelheidsduiven en fondduiven. De snelheidsduiven hebben meer aanleg om aan te vetten, terwijl de fondduiven dikwijls niet meer eten dan nodig is en mooi op gewicht blijven. Ook het ras speelt hierin een rol.
Onze kweekduiven zijn in voorbereiding op de koppeling, ergens rond de jaarwisseling. We zijn onlangs nog bij Vincent Schroeder geweest voor de periodieke controle en de duiven stonden er goed op. De fondduiven zitten op roosters en in een winterperiode wordt dan nog wel eens licht coccidiose gevonden, zo ook nu. We hebben inmiddels het besluit genomen om de roosters te verwijderen en op grove beuksnippers te gaan vliegen. Het voordeel van roosters is de eenvoud van schoonhouden, het nadeel de ongezelligheid voor de duiven en het niet kunnen scharrelen. Met nestspel is dit juist van belang en daarom gaan we zorgen voor wat meer ‘scharrelplekjes’ en mogelijkheden om de duiven te motiveren. De snelheidsduiven worden binnenkort gekoppeld samen met Hans en Evert-Jan Eijerkamp in Brummen. De duiven komen hoofdzakelijk van hun hokken en als geen ander zijn zij in staat de mogelijke eigenschappen van hun duiven te herkennen en deze vast te leggen met specifieke koppelingen. Hun kennis heeft ze voor komende Olympiade alweer 2 deelneemsters opgeleverd met hun ‘Lisa’ en ‘Vivian’, beide op de midfond. Het mooie is nu dat wij in het bezit zijn van een volle zuster van ‘Vivian’ en wel onze ‘Lady Jackpot’. Deze duivin is al weer moeder van diverse kopvliegers op ons snelheidshok en zo wordt het gezegde ‘goed bloed verloochent zicht niet’ maar weer eens bewaarheid. In de koppelingen gaan we wel een tweetal koppels terugzetten waarvan de nakweek reeds succesvol is gebleken. De fondkwekers worden deels ook samen gezet rond de jaarwisseling en deze ronde gaat naar onze duivenvriend Gilbert van den Berg uit Utrecht. Van Gilbert hebben we de laatste 2 jaar aardig wat duiven naar onze hokken gehaald en komend jaar is het de beurt aan ons om de hokken in Utrecht hopelijk van extra kwaliteit te voorzien. Volgende keer gaan ik wat nader in op het samenstellen der koppels.
Op dit moment weten we nog altijd niet waar we aan toe zijn wat betreft de competitie waarin we kunnen deelnemen in 2013 na uitsluiting gedurende het seizoen voor het spel in CC en afdeling. Ons verhaal is tekenend voor de hedendaagse duivensport met een bestuurlijk apparaat dat niet meer van deze tijd is en waarbij willekeur de boventoon lijkt te voeren. Het is dan ook zaak dit te doorbreken en derhalve zijn we een juridisch traject gestart, in ons belang, maar zeker in het belang van de duivensport. Als we blijven volharden in prehistorische opvattingen en ‘bescherming’ van individuele belangen op diverse vlakken dan is er helaas geen toekomst voor onze sport. Het hele verhaal heb ik nog altijd niet naar buiten gebracht, het zou makkelijk zijn individuen hier schade aan te brengen, maar dat heeft geen nut en is niet in het belang van de duivensport. De kerstperiode is een periode waarbij ‘licht’ een belangrijk item is. Laten we hopen dat ook in Oost-Brabant het licht gaat branden en dat bepaalde individuen het licht zien en hun eigen woorden uit het jaarverslag eens kracht durven bij te zetten: … oude waarden vervangen door nieuwe inzichten!! Zet ‘m op mannen, een verlichtende kerst toegewenst!!!
|
Wij schenken jaarlijks een beperkt aantal bonnen. Op dit moment schenken we bonnen op :
- www.duiven.net -> P.V. de gevleugelde vrienden Millingen a/d Rijn -> bon jonge duif 2013 fondkweekhok (v.a. 6-11) - www.duiven.net -> P.V. de luchtsport Vroomshoop -> bon jonge duif 2013 fondkweekhok (v.a. 7-11) - www.duiven.net -> P.V. de Lingebode te Zetten -> bon jonge duif 2013 fondhok
In januari volgt er nog een bonnenverkoop van Superfondclub GOU en van Luchtpost Wijchen via duiven.net.
|
|
|
|