Nieuwjaarswensen |
1-1-2013 |
Namens mijn vader en mezelf wil ik beginnen om iedereen een bijzonder gezond en succesvol 2013 toe te wensen. Hopelijk mag de duivensport voor een ieder hier een bijdrage aan leveren in positieve zin. Laten we niet vergeten dat het voor de meesten van ons ‘slechts’ een hobby is, dus iets waaraan we een stuk rust en ontspanning kunnen ontlenen en ons waarbij we de hectiek van alledag even naar de achtergrond kunnen schuiven.
Ik heb geleerd dat je altijd wat te wensen mag hebben en dat dit een prima motivatie kan zijn voor het realiseren van gestelde doelen. Voor wat betreft onze duiven heb ik nog genoeg te wensen en sommige wensen zijn eerder dromen. Denk hierbij aan het winnen van de 1e Nationaal Barcelona, iets wat zeker een droom is. Maar ja, dat is voor menig fondliefhebber en het is maar voor weinigen weggelegd dit ooit mee te maken. Wel is het zo dat we ons moeten realiseren dat we een focus moeten leggen op bepaalde wensen. Ik kan wel zeggen dat ik kampioen wil worden op ZLU kampioenschap en de middaglossingen van de fondclub, maar dit is niet reëel met de huidige ploeg vliegers. Liever leggen we een focus op een onderdeel, waarbij een kampioenschap ondergeschikt is aan vluchtprestaties en kopduiven. Voor onze snelheidsploeg hopen we de lijn van 2012 door te trekken en onze kwaliteit in de breedte te versterken en met name op de dagfondvluchten mooie uitslagen te maken. Onze fondploeg bevat komend jaar veel redelijk ervaren 3-jarige duiven, die in 2012 al veelal 2 op 2 vlogen. In 2013 gaan we proberen deze ploeg maximaal in te zetten op met name de ZLU vluchten met als doel toch een keer dat vaasje op mogen halen in Kerkrade. Bij dit alles moeten we de jonge duiven niet vergeten. Hoewel hier niet de focus op ligt voor ons spel, een goede kweek, gevolgd door een gedegen opleiding is de basis voor de successen van komende jaren. We zijn overtuigd van de kwaliteit op ons kweekhok, maar de nakweek moet de kans krijgen zich te ontwikkelen en te etaleren op de vluchten. Dit krijgt dus nog meer aandacht komend jaar zodat we in september kunnen zeggen dat we een prachtige lichting klaar hebben voor 2014!!
Met het nieuwe jaar gaan we ook weer regelmatig korte berichten op twitter plaatsen, @weijersduiven. Onze volgers hebben dit al kunnen zien, de berichten staan rechts in de balk. Zo is het eerste deel van onze kwekers inmiddels gekoppeld en is onze ‘Lize’ definitief naar het kweekhok verhuisd. Meer van dit soort feitjes en weetjes vindt u komende maanden op twitter.
|
Hoe te koppelen? |
29-12-2012 |
Even een weekje ertussenuit geweest. In het Duitse Cochem was het al niet veel beter dan hier met het weer. Om broodjes te halen was het 300 meter lopen, maar door het barre weer met slagregens en windstoten werd een ieder al snel veroordeeld tot het nemen van de auto om niet doorweekt terug te keren. Ach, met 4 koters in de leeftijd van 1 t/m 4, een Playstation en een Ninendo Wii kom je de dagen makkelijk door. Tussen de bedrijven door nog de tijd genomen om de kersteditie van ‘Het Spoor’ aandachtig te lezen. Hoe lees ik dit fijne blad? Allereerst lees ik de columns, dit vind ik het meest interessant voor mezelf en hiervan probeer ik nog wat op te steken. De reportages van kampioenen is dikwijls een onontkoombare opsomming van prestaties en uitlichten van de beste duiven, maar voor echte (nieuwe) inzichten is geen plaats. Met ons systeem van competitie zijn de kampioenen talloos en een ieder verdient hiervoor de credits te ontvangen en dus is de beschikbare ruimte per kampioen beperkt en dat is begrijpelijk.
Ik las een interessante column van Martin van Zon over afstandgeschiktheid van duiven, een onderwerp dat ook mij veel bezighoudt. De heer Van Zon spreekt nog over de echte midfondduif en de echte dagfondduif. In mijn beleving is dit tegenwoordig minder aan de orde en kunnen we de duif over het algemeen inschalen als snelheidsduif of fondduif. Een snelheidsduif vliegt van 100 tot 700 km en de fondduif vanaf 700 km. Deze afstandsgrenzen zijn niet vast maar geldt als een richtlijn. Waarom geen onderscheid meer per onderdeel (vitesse, midfond en dagfond)? Bij de kampioenen als Eijerkamp, Verkerk, Koopman, etc. spelen de duiven top van Duffel tot Chateauroux. Ze zullen echter proberen hun focus en dus de vorm te verleggen naar vluchten die er voor hun toe doen, over het algemeen zijn dit de dagfondvluchten. Eijerkamp’s Olympiade duivinnen ‘Olympic Lisa’ en ‘Olympic Vivian’ zijn bewust op de midfond gespeeld en niet op de dagfondvluchten. Door deze focus stonden deze dames optimaal aan de start en dwongen ze hun Olympiade-ticket af. Denkt u dat dergelijke topduivinnen hun prijs niet zouden halen op een dagfondvlucht?? Kom op, een duif die 375 km. met een Noorden wind aan de kop speelt, zou dat niet kunnen op een Orleans van 550 km. met een Zuidwesten wind door afstandsongeschiktheid? Hier geloof ik niet in. Op Bergerac, de Nationale vlucht voor Sector 1, speelden de snelheidsmannen de fondspelers totaal omver, snelheden lagen rond de 85 km/h. Op afstanden van ca. 850 km. waren het hier de duiven en liefhebbers die ook op vluchten van 200 km de sier maken. Wat echter zeker van invloed is op afstandsgeschiktheid zijn de wisselende omstandigheden waarmee we te maken hebben. Stel dat deze Bergerac waarbij de Zuidwesten wind voorspelt was zou omslaan naar een Noordoosten wind met 30 graden. Dan zou het andere koek worden. Ook dan zouden er snelheidsspelers zijn die de sier maken, simpel omdat hun duiven optimaal aan de start staan en de forme nog altijd te pakken hebben zo laat in het seizoen. Er zullen echter meer duiven zijn die geconfronteerd worden met hun limiet en waarvoor 850 km. met 14 uur vliegen te ver is en fondduiven die in hun element raken en op dag 2 het vermogen hebben direct op te starten waar een snelheidsduif nog een aantal uren moet opladen. Op Bergerac 2011 won onze ‘Lize’ een 1e in zone 1 tegen ruim 5.500 duiven en 2e Nationaal. De snelheid lag op 80 km/h en deze duivin heeft enkel en alleen snelheidsbloed in de aderen. Let wel, het was een vlucht met een geplande middaglossing en derhalve bestond de concurrentie hoofdzakelijk uit fondduiven. Dit doet niets af aan haar prestatie, het blijft 870 km. Deze vlucht was voor ons een hoogtepunt van het seizoen met 18 prijzen op 28 duiven, waarvan 27 jaarlingen. Deze ‘Lize’ vloog in 2012 vanuit Agen en keerde een week na lossing pas terug op ons hok. De omstandigheden leken gelijk te worden aan Bergerac. Waar de snelheden van de topduiven rond de 80 km/h lagen zaten de duiven met name aan de Westkant van het land, de duiven aan de Oostkant kwamen net boven de 70 km/h en de afstand is 935 km en dus nog een 65 km verder dan Bergerac. Zij heeft blijkbaar haar limiet te vroeg bereikt, doch ben ik ervan overtuigd dat de duiven op deze Agen nog niet zo optimaal in forme aan de start stonden als destijds op Bergerac waardoor ze dus net niets dat extra’s kon brengen.
Het lastige zijn en blijven de wisselende omstandigheden waarmee we te kampen hebben in combinatie met de ligging. Op de ZLU vluchten vielen in 2012 m.u.v. Marseille en door de middaglossing Barcelona massaal duiven in de avonduren. Dit betekent dus duiven die op 1 dag een afstand van 900 – 1.100 km kunnen afleggen. Echter, de ligging is zeker van invloed in dit geheel. In het Oosten van het land moeten we ervan uit blijven gaan dat ‘pakken op dag 1’ niet mee zal vallen en doorgaans aan het einde van de avond zal zijn tegen de schemering. Concreet dus zo’n 14 a 15 uur hangen en dat is niet voor een doorsnee snelheidsduif weggelegd. Doordat onze sport steeds sneller wordt en de snelheidsduif steeds sterker kunnen we niet om zijn invloed heen voor het zwaardere werk, zeg boven de 850 kilometer. Voor vluchten als Barcelona met voor mij bijna 1.200 km zie ik de invloed nog minder, maar dus wel op de vluchten van rond de 1.000 km. Hier moeten we echt op zoek naar duiven die thuis willen komen en ’s avonds nog net dat extra’s kunnen brengen om hun thuishaven te bereiken. Ja, dit kan zeker met ‘echte’ fondduiven, maar die zitten overal denk ik dan maar. Wat we willen hebben zijn die uitzonderlijke cracks. Hiertoe koppelden we in de zomer al ‘Sietse’ x ‘Emperor Girl’ en ‘Gaudi’ x ‘Janna’. ‘Sietse’ is zoon ‘Fondkoppel’ van Jelle Jellema, ‘Emperor Girl’ is rechtstreeks van Hans en Evert-Jan Eijerkamp (soort C. & G. Koopman) en moeder van ‘Wesley’, onze beste dagfonddoffer in 2012. ‘Gaudi’ is een zuivere Van Loon uit ‘Michelangelo’ en vader van ‘Mars’, 2x 1e in 2012 als jaarling. ‘Janna’ is dochter ‘Zwart Goud’ van Jelle Jellema. Deze duiven gaan we zetten tegen ‘echte’ fondduiven om zo deze extra snelheid erin te brengen. Om gericht duiven te kweken voor Barcelona klopten we aan bij Henri Hoeks en hiervan zitten nu 4 zeer fijne duiven op de kooi. Duiven die bewezen hebben geweldig te vererven en St. Vincent in Bovensmilde goed aan te kunnen onder alle omstandigheden. De afstand St. Vincent – Bovensmilde is nagenoeg gelijk aan Barcelona – Groesbeek. De tijd zal het leren!!
O ja, een nieuwtje, dat had ik vorige keer beloofd. Afgelopen jaar hield Henk de Vries, ‘Ome Henk’ voor mij (eigenlijk oom van mijn vader), het voor gezien wat betreft de duivensport. Door omstandigheden ontbrak de motivatie om nog door te gaan en het fanatisme om dag in dag uit ermee bezig te zijn. Om niet helemaal zonder te zitten bleef een deel van het hok overeind samen met de beste duiven. Op vluchtdagen kwam hij afgelopen jaar al wekelijks bij ons kijken en zo ontstond het idee om zijn duiven definitief over te nemen. Het gaat hier om een superkweekdoffer van 2004, afkomstig van Michael Maters uit Goch, lijn ‘Klompvoet’, soort Gebroeders Janssen. ‘Der Klumpfuss’ is een begrip in Duitsland met enorme kweekresultaten van meerdere generaties. Deze doffer van 2004, inmiddels omgedoopt door mij tot ‘Henk’s secret’ gaf samen met een duivin van Pierre Faes (Baarn) uit de oude Van Loon lijnen (Oude Blauwe van 84) geweldige doffers nakomelingen. 3 van deze doffers vlogen talloze eerste prijzen en legio kopprijzen en versterken nu dus onze kweekstal. De Van Loon duivin is helaas niet meer, maar wel een volle broer en zus. Voor deze doffers wilden wat nieuws proberen en dus zochten we versterking en die vonden we in België, hierover later meer. Hiermee hebben we naast onze Eijerkamp-stal een nieuwe lijn die we gaan proberen op ons vlieghok en die elkaar hopelijk op een hoger plan kunnen brengen, de tijd zal het leren. Belangrijker nog, we houden een gepensioneerde duivenliefhebber toch nauw betrokken bij de sport en Henk zal ons in 2013 waar mogelijk blijven ondersteunen en kan zo hopelijk nog genieten van de nakomelingen van ‘zijn’ duiven.
P.s. over ons dispensatieverzoek nog geen nieuws, mensen die het op een eerlijke manier willen bewerkstelligen lopen nu eenmaal tegen muren op in de duivensport. Muren die moeilijk te beslechten zijn en bol staan van willekeur, maar waarvan de kwaliteit van de stenen steeds brozer wordt naarmate de jaren verstrijken. We kiezen er vooralsnog voor de muren met beleid te beslechten voordat ze vanzelf omvallen.
|
Op naar het koppelen |
18-12-2012 |
Rond de jaarwisseling willen we onze kwekers samen zetten. Dit zal in 2 fasen gebeuren, omdat de eerste broed naar derden gaat. Deze eerste broed bevat een specifiek aantal geselecteerde koppels. De volgende broed is dan weer voor onszelf en hiermee koppelen we ook de vliegduiven waar we de eieren onder gaan leggen. Onlangs verschenen er al wat columns over het samenstellen der koppels. Uitgangspunt voor ons is dat de kweekduif over de juiste eigenschappen beschikt. Wat zijn de juiste eigenschappen? Hier kunnen we een heel verhaal over afsteken, maar feitelijk is het zo dat wanneer je een duif in handen krijgt je direct een indruk hebt zonder de vleugel te bekijken of het oog nader te aanschouwen. Van Evert-Jan Eijerkamp heb ik veel mogen leren over de duif, door Eijerkamp samengevat in hun EPQC en hier geloof ik zeker in. Door onze vriendschap met familie Eijerkamp en door de diverse reportages van topliefhebbers kreeg ik de laatste jaren ontzettend veel topduiven in handen. Steeds weer was de eerste indruk goed te noemen en soms perfect, maar ‘perfect’ heeft dan weer een dosis subjectiviteit. Naast deze eigenschappen is de herkomst van belang. Wij streven naar duiven op ons kweekhok die afstammen van de absolute topduiven waarvan tevens de stam goed vererft. Ofwel, liefst hebben we duiven van liefhebbers die met een eigen stam al jaren lang presteren. Zo zijn we ook gestart op de fond. Liefhebbers als Cor de Heijde, Jan Peters en Jelle Jellema presteren al jaren top met een eigen stammetje duiven waar ze soms met wat nieuwe inbreng weer een impuls geven. Bij voorkeur schaffen we ook een zuivere nakomeling aan van een topspeler met een topafstamming en geen kruising. Kruisingen passen we toe in de kweek, bewezen is dat dit de grootste kans van slagen is. Het zoeken naar de juiste kruisingen en deze later weer terugzetten om de basis vast te leggen is het basisprincipe van het formeren van een stam.
Hoe staan wij er wat stamvorming betreft voor op onze hok? In 2006 zijn de eerste duiven aangeschaft bij diverse liefhebbers met jaarlijks wat nieuwe inbreng. Hier is inmiddels een selectie op toegepast, ofwel, de nakweek moet van waarde zijn anders is het vertrekken. Vertrekken is bij ons echt vertrekken en geen geromantiseerd verhaal over inkrimpen kweekhok of iets dergelijks. De beste duiven blijven zo over en door jaarlijks weer wat nieuws aan te schaffen proberen we het niveau te verhogen. Onze ‘Louis’ van Cor de Heijde is zo’n voorbeeld. Zijn nakweek vertegenwoordigt de beste duiven op ons hok, zowel kinderen als kleinkinderen. Samen met de 02-070 van Jan Peters heeft hij een aantal kinderen voortgebracht die goed presteren op de marathon vluchten, echter, in 2012 presteren ook kinderen met andere duivinnen goed en van de 02-070 presteert het nageslacht bij Jan Peters weer uitstekend met andere doffers (in 2012 bijvoorbeeld 1e SFG St. Vincent ZLU). Hier dus 2 bewezen verervers, waarvan er inmiddels 4 kinderen uit dit koppel naar de kweek zijn verhuisd in Groesbeek en in Bemmel. Hier kun je mee verder en ook van de kinderen op het vlieghok kan gekweekt worden!! In 2013 wordt deze doffer gekoppeld aan ‘Ivora’, dochter ‘Drogba’ en volle zus van ‘Naomi’, 3e nat. Bordeaux bij Eijerkamp. Deze ‘Ivora’ is van 2010, maar al moeder van ‘Elenora’, onze beste jaarling in 2012 met 2x eerste op het hok op Albi en Bergerac.
Geduld en vertrouwen. 2 basiswaarden die me voor zijn gehouden door menig topspeler. Ofwel, niet te snel oordelen en ruimen als de nauwe familie bewezen verervers zijn. Zo’n duif is ‘Jip’, een volle zoon van de ‘Vererver’ van Jan Peters en dus halfbroer van de Gouden Barcelona duif ZLU 2012. In het begin wilde het maar niet lukken in de kweek, dan weer eieren kapot, dan weer een roofvogel die met de jongen ervan door ging. Kortom, echt getest werd de nakweek niet. Nu in 2012, ofwel 5 jaar later is hij vader van de beste jaarling en vliegen en zit er een aantal beloftevolle vogels op ons vlieghok. Voor hetzelfde geld was hij al weggeweest zonder dat geduld en vertrouwen. Daarom is het ook van belang om de spelers te blijven volgen waar duiven aangeschaft zijn. Hoe koppelen zij? Wat pakt het beste? Met welke duiven kruisen ze?
Een duif moet dus ‘kloppen’ als je deze in de hand neemt. Voor ons zijn dit belangrijk bij de duiven die we aanschaffen voor ons kweekhok. Echter, het kan zijn dat je een topvlieger hebt die met pensioen gaat, maar die in de hand niet de voorkeur krijgt. Toch zal deze dan aanblijven en zal er in de kweek gezocht worden naar compensatie. Deze duif beschikt immers over eigenschappen die van belang zijn in onze sport, namelijk kopvliegen, Onze ‘Stan’, de beste jaarling van 2012, is een echte geweldenaar in de hand, zo zouden we liefst een hok vol kweken. Derhalve zullen we van hem in 2013 zeker de eitjes behouden. Ik neem hierbij zeker een voorbeeld aan Gerard en Bas Verkerk, die altijd hun topduiven voor hun kweekhok behielden en ik kan niet zeggen dat dit in Alphen en Reeuwijk nou windeieren heeft gelegd. Onze ‘Diesel’, doffer van 2010, is onze beste fondduif in 2012 met aankomst ’s avonds van Bordeaux ZLU en 179e nationaal van een zware Marseille. Zijn ouders zaten op het vlieghok, maar gingen helaas verloren. ‘Diesel’ genoot als jaarling al mijn vertrouwen door als 1e getekende van Bergerac te vliegen met een 143e nationaal. Ook hij heeft weer alles wat een duif moet hebben en zit altijd in zijn zondagse pak.
Toch spreek ik mezelf tegen. Waarom? Omdat ik in 2006 duiven kocht bij Jelle Jellema, toen nog in Steggerda en ik vergeet nooit meer het gezicht van mijn vader toen ik ermee thuis kwam, laat ik het zo zeggen, hij was niet onder de indruk…… De Jellema-duif zal op tentoonstellingen misschien dan niet de meeste prijzen ophalen, maar op de kampioenenhuldigingen gaan deze duiven dikwijls met alle eer strijken. Vooral de uitstraling die deze duiven hebben is enorm, ze verraden hun enorme wilskracht. Deze duiven beschikken over eigenschappen die m.i. ongekend zijn in de fondwereld en die in de kweek qua bouw gecompenseerd kunnen worden met andere rassen. Dit is de reden geweest om de duiven aan te schaffen, niet hun bouw, maar hun enorme wilskracht en erfelijke kwaliteiten. Jelle speelt nu immers met kleinkinderen van de asduiven in Nijverdal en staat wederom aan de top en in de toekomst zal hij een geduchte concurrent zijn op de ZLU als hij zich daarop zou gaan richten. Hij snoert dit jaar samen met de sympathieke Jan Becker eveneens uit Nijverdal de critici de mond die beweren dat je geen partij kunt geven op de ZLU in het Oosten van het land. Dit is een geheel andere discussie waar ik graag later op terug kom. Graag kweek ik van de vliegduiven in de toekomst, zo ben ik in de gelegenheid om het beste van bijvoorbeeld Jan Peters, Cor de Heijde, Hans Eijerkamp en Jelle Jellema samen te voegen.
Volgende week nog een nieuwtje!!
|
Van de een op de andere dag is het winter geworden in Nederland. Prachtige plaatjes natuurlijk, maar voor ons dakdekkers een doffe ellende!! Onze duiven komen toch niet buiten en ondervinden er dus weinig hinder van. Het voerregime passen we wat aan, immers, met zulke lage temperaturen hebben de duiven net als wij meer energie nodig om zichzelf warm te houden. Onze mengeling is sinds kort wat kariger geworden nu de laatste pennen gegooid en ingegroeid zijn. Ze mogen in deze tijd best wat aanvetten, maar teveel is niet goed en zeker nu ze komende periode nog niet los gaan. Een grote ‘tegenstander’ van wintervet is Jan Peters uit Bemmel, hij heeft me geleerd dat dit wintervet de optimale conditie kan belemmeren in het seizoen. Een ander besteedt er niet te veel aandacht aan en traint het er wel weer af in het vroegjaar. Bij ons op de hokken kun je goed het verschil zien tussen snelheidsduiven en fondduiven. De snelheidsduiven hebben meer aanleg om aan te vetten, terwijl de fondduiven dikwijls niet meer eten dan nodig is en mooi op gewicht blijven. Ook het ras speelt hierin een rol.
Onze kweekduiven zijn in voorbereiding op de koppeling, ergens rond de jaarwisseling. We zijn onlangs nog bij Vincent Schroeder geweest voor de periodieke controle en de duiven stonden er goed op. De fondduiven zitten op roosters en in een winterperiode wordt dan nog wel eens licht coccidiose gevonden, zo ook nu. We hebben inmiddels het besluit genomen om de roosters te verwijderen en op grove beuksnippers te gaan vliegen. Het voordeel van roosters is de eenvoud van schoonhouden, het nadeel de ongezelligheid voor de duiven en het niet kunnen scharrelen. Met nestspel is dit juist van belang en daarom gaan we zorgen voor wat meer ‘scharrelplekjes’ en mogelijkheden om de duiven te motiveren. De snelheidsduiven worden binnenkort gekoppeld samen met Hans en Evert-Jan Eijerkamp in Brummen. De duiven komen hoofdzakelijk van hun hokken en als geen ander zijn zij in staat de mogelijke eigenschappen van hun duiven te herkennen en deze vast te leggen met specifieke koppelingen. Hun kennis heeft ze voor komende Olympiade alweer 2 deelneemsters opgeleverd met hun ‘Lisa’ en ‘Vivian’, beide op de midfond. Het mooie is nu dat wij in het bezit zijn van een volle zuster van ‘Vivian’ en wel onze ‘Lady Jackpot’. Deze duivin is al weer moeder van diverse kopvliegers op ons snelheidshok en zo wordt het gezegde ‘goed bloed verloochent zicht niet’ maar weer eens bewaarheid. In de koppelingen gaan we wel een tweetal koppels terugzetten waarvan de nakweek reeds succesvol is gebleken. De fondkwekers worden deels ook samen gezet rond de jaarwisseling en deze ronde gaat naar onze duivenvriend Gilbert van den Berg uit Utrecht. Van Gilbert hebben we de laatste 2 jaar aardig wat duiven naar onze hokken gehaald en komend jaar is het de beurt aan ons om de hokken in Utrecht hopelijk van extra kwaliteit te voorzien. Volgende keer gaan ik wat nader in op het samenstellen der koppels.
Op dit moment weten we nog altijd niet waar we aan toe zijn wat betreft de competitie waarin we kunnen deelnemen in 2013 na uitsluiting gedurende het seizoen voor het spel in CC en afdeling. Ons verhaal is tekenend voor de hedendaagse duivensport met een bestuurlijk apparaat dat niet meer van deze tijd is en waarbij willekeur de boventoon lijkt te voeren. Het is dan ook zaak dit te doorbreken en derhalve zijn we een juridisch traject gestart, in ons belang, maar zeker in het belang van de duivensport. Als we blijven volharden in prehistorische opvattingen en ‘bescherming’ van individuele belangen op diverse vlakken dan is er helaas geen toekomst voor onze sport. Het hele verhaal heb ik nog altijd niet naar buiten gebracht, het zou makkelijk zijn individuen hier schade aan te brengen, maar dat heeft geen nut en is niet in het belang van de duivensport. De kerstperiode is een periode waarbij ‘licht’ een belangrijk item is. Laten we hopen dat ook in Oost-Brabant het licht gaat branden en dat bepaalde individuen het licht zien en hun eigen woorden uit het jaarverslag eens kracht durven bij te zetten: … oude waarden vervangen door nieuwe inzichten!! Zet ‘m op mannen, een verlichtende kerst toegewenst!!!
|
Wij schenken jaarlijks een beperkt aantal bonnen. Op dit moment schenken we bonnen op :
- www.duiven.net -> P.V. de gevleugelde vrienden Millingen a/d Rijn -> bon jonge duif 2013 fondkweekhok (v.a. 6-11) - www.duiven.net -> P.V. de luchtsport Vroomshoop -> bon jonge duif 2013 fondkweekhok (v.a. 7-11) - www.duiven.net -> P.V. de Lingebode te Zetten -> bon jonge duif 2013 fondhok
In januari volgt er nog een bonnenverkoop van Superfondclub GOU en van Luchtpost Wijchen via duiven.net.
|
Loslaten of niet? |
21-10-2012 |
Met deze vraag worstelen nogal veel liefhebbers deze tijd, een tijd waarin de roofvogel ook weer actief wordt. Afgelopen vrijdag liet senior de jonge doffers even uit om alvast te wennen aan hun nieuwe onderkomen. Het duurde niet lang of de roofvogel zat er al tussen, gelukkig zonder schade, maar er zat er wel al eentje tegen het raam! Doorgaans blijven onze duiven na de laatste vlucht binnen. In de periode van rui zijn ze kwetsbaar en met een roofvogel op de loer een makkelijk prooi. Vorig jaar kweekte ik 4 laatjes, 2 uit de 2e nat. Bergerac en 2 uit het koppel 'Louis' x 'Agnes'. Deze 4 werden in een apart hok gezet en vlogen vanaf oktober goed buiten waarna ze geweldig gingen trekken. Alle 4 werden afgericht en na 3 keer waren ze nog allen aanwezig. In een week tijd verdwenen er echter 2 van het hok met uitlaten, dus 50% verlies aan de roofvogel. Met al het werk dat ik ermee gehad heb besloot ik dit niet meer te doen.
Van die 4 is er overigens nog eentje over, een duivin die 4x sens heeft gehad dit jaar en volgend jaar de baan op kan. Zij is een zusje van 'Boudewijn', 1e van Barcelona dit jaar. We ondervinden er zelf ook geen nadeel van om de duiven vast te houden, in volle rui goed voeren en nadien wat schraler om ze niet te veel te laten aanvetten. Het geregeld even in de hand nemen is dan een must, net als de omstandigheden goed beoordelen. In een tijd als deze met temperaturen boven de 20 graden eet een duif een stuk minder dan bij temperaturen onder de 10 graden, houd hier rekening mee! In het vroegjaar moet het vliegen met beleid worden ingezet. Starten met een 3-tal keer per week en dan zonder verplichting, bij voorkeur steeds met een dag ertussen. Vervolgens opvoeren naar dagelijks en op termijn de verplichte training invoeren. Op dit moment is elke trainingskilometer zeer belangrijk, het legt de basis voor het seizoen. De eerste weekenden met vitessevluchten vragen doorgaans nog niets van de reserves van de duiven, de training kan in deze periode derhalve maximaal blijven. Bij het opvoeren van de trainingsarbeid het voedingsregime tevens aanpassen. Enerzijds is het zaak het wintervet eraf te krijgen in het vroegjaar, anderszijds moeten we ervoor waken dat we de duiven tekort doen bij het leggen van hun 'basis' voor de rest van het seizoen. Deze 'basis' is essentieel en wordt misschien wel onderschat door menigeen. Vergelijk het echter met een marathonloper, deze moet een enorme basis leggen maanden voorafgaand aan de marathon en is de laatste weken enkel nog bezig met onderhouden van de conditie en puntjes op de i zetten. Zo gaat dat ook met onze duiven. Jos Vercammen gaf het voorbeeld van zijn vliegploeg. Met wekelijks vluchten tussen de 400-600 km komen de duiven in de week nog slechts 3 maal buiten!!! Dit is puur het onderhouden van en niet om de vliegconditie te verbeteren, de basis is de weken/maanden ervoor opgedaan.
In 2011 vlogen we een week na een geweldige uitslag op Bergerac de vlucht vanuit Marseille. In de aanloop naar deze vlucht was het echt bar en boos met de weersomstandigheden, de duiven kwamen nauwelijks los terwijl de Bergerac-ploeg in de mand zat. Met 4 van de 5 in de top 25 van de afdeling werd het een prima vlucht, de duiven hadden de vorm te pakken en hadden een prima basis gelegd in de weken ervoor. Ik ben dan ook een voorstander van het wekelijks spelen van de fondduiven in het begin van het seizoen. Dat hoeft niet vanaf vlucht 1, maar wel vanaf vlucht 3 en dan elke week mee, de basis leggen!! Bas Verkerk sprak op de Habru-dag over zijn fondduiven die na Narbonne ZLU zelfs nog de natoervluchten hebben gevlogen, ook hij is een voorstander van wekelijks mee om ze in topcondititie aan de start te krijgen. Met weduwschap en met name met weduwduivinnen is dit ook een ander verhaal om onderling paren te voorkomen.
Fijne week!!
|
Habru duivendag |
13-10-2012 |
Zaterdag stond de jaarlijkse Habru duivendag op het programma. Een zeer aangename middag waarbij een 4-tal vooraanstaande spelers hun visie gaven op de duivensport en vragen uit het publiek beantwoorden. Dit keer gaven Michel Verweij, Bas Verkerk, Jos Vercammen en Hans-Peter Brockamp acte de présence. Natuurlijk stond het forum weer onder de bezielende leiding van Gert-Jan Beute. Een van de vragen voor de heren ging over de toekomst van de duivensport en de rol van de megahokken. De antwoorden varieerden van richten op specialisatie of de kampioenschappen anders bepalen, redelijk voor de hand liggende antwoorden, maar wel antwoorden waar we wat mee kunnen en moeten. Een probleem in de duivensport is de steeds groter wordende kloof tussen de kleine melker en de topspeler. De oorzaken worden dikwijls gezocht in de massa of de portemonnee van de topspeler en niet bij de inzet en ambities van Jan met de pet.
Jan met de pet, ik schreef er al vaker over. Dit is de man die op bonnenverkopen liever aan de bar zit en op dagen als de Habru duivendag zichzelf niet laat zien. Nieuwe inzichten rond kweekmethodes, voedingssupplementen en medische begeleiding gaan aan zijn aandacht voorbij. Op forums komt veel ter spraken en wij hebben gisteren zeker nuttige tips gekregen en stof tot nadenken. Wat ik wil aangeven is dat Jan met de pet eens in de spiegel zou moeten kijken en zich moet afvragen of zijn inzet, zijn duiven en zijn begeleiding van de duiven nog passen in de hedendaagse duivensport. Is het antwoord nee, maar is de liefhebber tevreden met hoe hij zijn hobby beleeft dan is dat prima en moet hij vooral blijven genieten van zijn duiven. Is zijn antwoord nee, doet hij er vervolgens niets aan, maar klaagt wel over de topspeler, dan heb ik daar moeite mee! Een dag als de Habru duivendag is een uitgelezen mogelijkheid om geheel gratis in contact te treden met topspelers en van hun kennis en kunde te leren en hier je voordeel mee te doen. Maar wat zie je, de bekenden die je ziet zijn veelal topspelers uit onze eigen regio, liefhebbers die voortdurend bezig zijn zichzelf te verbeteren, het is jammer, maar je kunt mensen nu eenmaal niet dwingen!
Voor de fondspeler nog een interessante bevinding van Michel Verweij. Jaarlingen op ochtendlossingen die zeer diep hebben moeten gaan op bijvoorbeeld een Bordeaux ZLU, maar wel kop spelen, zijn dikwijls voor de aansluitende jaren opgebrand! Dit is iets om later nog eens uitgebreid op terug te komen.
Tot slot mooie laatste woorden van Hans-Peter Brockamp voor de mindere speler: zet op papier waar je over 3 jaar wilt staan in de sport, wat je nu aan middelen hebt en wat nodig is om daar te komen. Ofwel, ga gericht en slagvaardig te werk en niet op basis van ondoordachte acties. Woorden wijzelf ook ons voordeel mee kunnen en moeten doen! Al met al een interessante middag bij Hans Bruns en zijn mannen.
De feestmiddagen en kampioenenhuldigingen breken weer aan. De eerste voor ons is Marathon Noord op 27 oktober vanaf 13.00 uur in Hooglanderveen (bij Amersfoort).
Fijne week!
|
Time-management deel 2 |
7-10-2012 |
Een tijd geleden schreef ik een stuk over dit onderwerp met als toelichting hoe om te gaan met schaarste aan tijd. Een onderdeel dat hierin niet aan de orde is gekomen, maar waarmee inmiddels ongewild de nodige ervaring is opgedaan, is de juiste balans tussen lichaam en geest. Geestelijk kun je alles willen, zeg je nergens nee tegen en ga je maar door, het is het lichaam dat echter ongewild signalen afgeeft dat het teveel is en op de rem trapt of zelfs aan de noodrem trekt. Dan rest er niets anders dan pas op de plaats maken, aan jezelf denken en de minder belangrijke zaken even naar de achtergrond plaatsen. Gelukkig zijn er dan de eigen duiven die voor ontspanning zorgen en waarmee we alweer met seizoen 2013 bezig zijn.
De selectie vordert gestaag. Zoals altijd bij pa wat moeizamer dan bij mezelf, laten we zeggen dat pa meer dierenvriend is. Ik ga dan gewoon een keer het hok door een grijp er een paar uit, dan even overleg en meestal is de gezamenlijke conclusie 'exit'! Bij de kweekduiven is er streng geselecteerd wat ertoe heeft geleid dat een aantal oudere kwekers van 2006 en 2007 uit veld moet ruimen vanwege onvoldoende kwaliteit onder het nageslacht. Deze duiven met een verbluffende afstamming gaan niet het internet op, want ons motto is ' voor ons niet goed, dan voor een ander ook niet' (goed gejat van duivenvriend Henk Douna) maar wel het meest eerlijk en zo wil je zelf ook graag behandeld worden. De eerste aanwinsten zijn inmiddels een feit, hierover later deze winter meer. Feit is wel dat we de lat hierin ook hoger hebben gelegd, dus echt op zoek zijn gegaan naar nakomelingen van specifieke bewezen vliegers en/of kwekers. Dit geldt overigens voor de fondduiven, het snelheidshok bevat vrijwel enkel jarige en tweejarige duiven, dus hier is geduld nog even het credo. Voordeel is wel dat de kwaliteit van snelheidsduiven doorgaans wat sneller tot uiting komt dan bij fondduiven, doch altijd dient het credo te zijn 'zie uitslag'!
Fijne week!
|
Duivensport beoefenen is als het beklimmen van een ladder. Elk jaar hoop je weer een trede hoger te komen. De elite binnen de duivensport doen hun best om op de hoogste trede te blijven staan. Voor hen geldt dikwijls wel het gezegde 'hoge bomen vangen veel wind' en voor je het weet kukel je naar beneden. De toppers als Verkerk, Van de Merwe, Eijerkamp, etc. hebben echter zo'n fundament onder hun ladder dat ze niet zo snel zullen 'vallen'.
Wijzelf hebben voor ons gevoel de laatste jaren op de snelheid steeds geen kans gezien een trapje hoger te gaan. Wij stonden op een zeer wankele ladder die telkens omviel ondanks verwoede pogingen omhoog te klimmen. Waar lag dit aan? 2 oorzaken lagen hieraan ten grondslag : - het hok - gezondheid van de duiven Beide oorzaak gaan hand in hand met elkaar. Jarenlang hebben we gesukkeld met het klimaat op het hok en het welzijn van de duiven in dit hok. Eindelijk lijkt het lek boven en hebben we het geschikte klimaat gevonden waarin de duiven zich thuisvoelen, zich in forme kunnen vliegen en topprestaties kunnen leveren. We hebben zelf ervaren dat ondanks de superafstamming van onze duiven het niet wilde lukken. Een superafstamming is natuurlijk geen garantie, maar de KANS op kwaliteit onder de pannen is vele malen groter dan bij aanschaf van duiven bij een middelmatige liefhebber. Hier zie je het ook nog wel eens misgaan bij liefhebbers om ons heen. Die denken met de aanschaf van een enkele jonge duif van een topliefhebber goud in handen te hebben. Nogmaals, de KANS op een goede duif is groter, maar ook die topliefhebber is blij met 10 echt bruikbare duiven uit een kweek van 100 duiven. Zelf hadden we ooit het voorrecht een ronde jongen uit de vliegploeg van Anton Witjes te verkrijgen in 1993. 30 stuks, jongen uit de toenmalige topduiven als 'Flits', 'Raoul', 'Xavier', etc. Bij deze ronde zaten zeker 15 bruikbare duiven en 3 echte toppers. Dit jaar werd Anton vitessekampioen van Nederland.
Dit jaar hebben we dus de stap gezet en zijn we een trede hoger komen te staan, in vergelijking met voorgaande jaren hebben we misschien wel een trede overgeslagen. 12x een 1e in de club en 3 x snelste van de CC. Zaak is nu om het fundament te behouden wat we dit jaar gelegd hebben. We hebben een ontzettend jonge ploeg met goede jaarlingen, die moeten doorzetten en de aanwas moet op de trein kunnen springen. Makkelijk gezegd natuurlijk, maar het is zeker de taak van de liefhebber hiervoor zorg te dragen. Ondanks de prestaties van 2012 hadden we zo'n 50% verliezen onder de doffers aan het einde van het seizoen, duiven die simpelweg onvoldoende kwaliteit bezaten. We gunden ze echter een plaatsje omdat er simpelweg geen andere aanwas voorhanden was en we de kwaliteit van de kolonie niet goed konden inschatten. Nu is het zaak verder te gaan met de goede / bruikbare duiven. Dit start met de kweek en vervolgens naar de vliegers.

'Cruz', een vaste waarde op het hok. Is er op de dagfond, maar ook op de vitesse (kleinzoon 'Tips'). Uit dergelijke doffers wordt in 2013 zeker gekweekt.
|
Doorpakken..................!!! |
25-9-2012 |
De titel geeft het al aan, het seizoen is voorbij wat vliegen betreft, maar niet voor wat betreft het winterklaar maken van de hokken. Met winterklaar bedoelen we zeker het uitvoeren van de selectie van de kweek- en vliegduiven. Afgelopen zaterdag was het de beurt aan de snelheidsploeg. Starten met de oude duiven en verder met de jongen. Geen stamkaarten op tafel, wel het prestatieoverzicht. Dat is de graadmeter dit jaar voor de oude doffers en oude duivinnen, de beste mogen blijven. Wat de jonge duiven betreft is het dit jaar nog wat anders, in de basis blijft alles zitten. Waarom? We hebben de lat hoog gelegd bij de oude duiven waardoor aanvulling van belang is qua aantal. Tevens hebben we ondanks een paar verdienstelijke vluchten niet echt op prestatie gespeeld met de jonkies, maar puur op het goed africhten. Tevens verliep de vroege toer niet naar wens met veel verliezen. We zijn tevreden over de aanwas en de duiven die ons aanstaan qua bouw mogen blijven.
Ons streven is jaarlijks een top 15 samen te stellen onder de oude duiven en de rest aan te vullen met jonge duiven, zowel doffers als duivinnen. Bij een capaciteit van 40 koppels betekent dit 25 jonge doffers en 25 jonge duivinnen aanvullen. Uitgaande van afval van 50% door verlies van het hok, africhten, van de vluchten en selectie, betekent dit een kweek van 100 jonge duiven. 50% is dan zeker niet hoog aangehouden, misschien moet dit wel 70% zijn alles opgeteld, dan kom je uit op 166 jonge duiven, maar hier hebben we de ruimte niet voor. Een andere keuze kan dan zijn minder koppels aanhouden, lukt het niet met 25 koppels, dan lukt het ook niet met 40 koppels, daar ben ik van overtuigd. Waarom dan 40 koppels? Hiermee zijn er meer mogelijkheden op de vluchten qua verdeling over midfond en dagfond. Daarbij is het zeker zo dat de kans op een kopprijs groter is met meer duiven mee, zeker als de kwaliteit in de breedte goed is. Daarbij zien we graag duiven thuis komen, dus dit speelt zeker mee.
Wat betreft de fondduiven is het seizoen al dikwijls goed voor de selectie voor de oude duiven. Duiven blijven achter of onderscheiden zich van hokgenoten op normaliter 2 vluchten. 2 vluchten fond geeft een duif slechts 2 kansen. 2 keer mis zou logischerwijs 'exit' betekenen net als 2 staartprijzen. Echter, hier spelen meer factoren een rol, een paar voorbeelden :
a) welke ervaring heeft de duif? b) hoe is de vlucht verlopen? c) hoe hebben de hokgenoten gepresteerd? d) hoe is de duif ingemand?
ad a) een duif die voor het eerst de overnacht op gaat en 2x mist, maar wel vitaal thuiskomt op dezelfde dag, ruimen? Niet altijd, ervaring leert dat sommige duiven meer tijd en ervaring nodig hebben, ik geef ze graag 3 / 4 kansen. Ofwel, 1 (liefst 2) als jaarling -> ERVARING OPDOEN en dan als 2 jarige 2 kansen. Dan geen prijs -> 'exit'
ad b) wat voor verloop kent de vlucht, ofwel, wordt de vlieglijn geteisterd door regen, is er veel mist. Houd hier rekening mee in de beoordeling van de duif. De ene duif leent zich beter voor een zuidwesten wind en de ander voor een noordoostenwind. Neem Marseille dit jaar. Een vlucht met goede omstandigheden en zeker de 2e dag prima vliegweer. In de basis voor de duiven geen excuus om hun prijs te missen, op deze vluchten leggen we dan ook een vergrootglas, de prijswinnaars kunnen blijven!!
ad c) hoe heeft het hok gepresteerd? Bij de fond zie je nog wel eens een hok volledig door het ijs zakken op een vlucht terwijl de vorige vlucht zo succesvol was. Ligt dit aan de kwaliteit van de duiven of spelen andere oorzaken een rol die bij de liefhebber moeten worden gezocht. Hier komt de echte melker om de hoek kijken. Als de kwaliteit goed is (gebaseerd op eerdere prestaties) en een hele ploeg laat het afweten dan moet er een andere oorzaak zijn, houd hier rekening mee in de beoordeling!
ad d) Na 4 seizoenen nestspel krijg je aardig feeling voor het zo goed mogelijk voorbereiden van de duiven op de vluchten. De factor 'vorm' is echter ongrijpbaar, doch de middelen qua voeding, training en neststanden zijn voorhanden om hier naar toe te werken. De kwaliteit van de liefhebber komt hier weer boven drijven en ook het beoordelen van de duiven op de dag van inkorving is een secure bezigheid. Niet klakkeloos die 10 duiven die voorbestemd waren meegeven, nee, goed opletten hoe ze aanvoelen en zich tonen, dit moet de graadmeter zijn en dan maar minder de mand in. Ik heb hier ervaring in opgedaan en mee getest. Op Perpignan voelde de 10-377 niet top aan, toch gaf ik hem mee om mijn ongelijk te bewijzen, 10 mee, 9 thuis, u raadt het al............................. Het valt ook niet mee om duiven thuis te laten, zeker omdat ze normaliter slechts 2 kansen krijgen per jaar. Toch had ik de 377 moeten laten zitten. Als jong niet gespeeld, als jaarling prijs op Bergerac en in 2012 zat hij 's ochtends in het donker al in een boom van Bordeaux ZLU. Ach, elke vlucht leer je weer bij.
Voor mij is het een sport om de duiven te observeren en de kwaliteit in te schatten, vooral bij de jaarlingen. Ik schroom er niet voor duiven die 2e of 3e kans te onthouden, omdat ik er niets in zie. Dan maar minder duiven. Dit 'fingerspitzengefuhl' moet je leren en ik heb het voorrecht om contacten in de duivensport te hebben met de allergrootsten waarbij je je open moet stellen om te leren, te zien en te luisteren. Nogal eens hoor ik liefhebbers met de grootste verhalen over hun duiven, maar in de uitslag zijn ze niet terug te vinden. Deze spelers zullen zich nooit verbeteren, ze zitten op het verkeerde spoor en denderen maar door in de verkeerde richting.
|
|
|
|